Projectwerk: van vraag of probleem tot antwoord

In projectwerk zitten heel wat vakken vervat : ruimte, tijd, natuur, muzische vorming, taal en rekenen. In de het dagelijkse leven worden deze zaken immers ook niet allemaal in stukjes opgedeeld!
De keuze van een project wordt in regel bepaald door de kinderen. Zij zoeken een interessante vraag, probleem, … alvast iets wat hen boeit.
‘Problemen ‘ krijgen voorrang op een “ belangstelling “ of een “ goesting”.
De projectvoorstellen worden vervolgens aan een aantal criteria getoetst :

iedereen moet kunnen meedoen
het mag niet eerder (2 schooljaren) aan bod gekomen zijn
het moet mogelijk zijn

De resterende voorstellen worden verder uitgelegd en verdedigd door de kinderen. Nu is het de bedoeling dat zij interesse wekken bij de andere kinderen voor hun projectvoorstel.

Zo sluit iedereen zich aan bij een voorstel. Uiteindelijk komen we met de groep tot één keuze. Soms ligt dat voor de hand, soms wordt er tussen enkele voorstellen gestemd.
Eens we weten waarover een project gaat (vb. Hoe maken we de ruimte na?) gaan we op zoek naar informatie en eventueel enkele technieken. Ook aan alle ouders wordt meegedeeld welk project de kinderen gekozen hebben. De ouders kunnen ondersteunend werken en zich engageren in bepaalde situaties (bijv. papa is sterrenkundige). Iedereen leert dus mee, zowel voor de kinderen,de begeleider en de ouders gaat dit doe-proces gepaard met uitdaging, zoeken, denken en leren.

Tijdens hoekenwerk pluizen de kinderen de informatie door en zien wat er interessant is om te gebruiken tijdens het project. Zo vormen ze reeds een eerste kennisbasis. In een volgende stap bepalen de kinderen de doelen van het project. Dit doen ze in 3 grote categorieën :
wat willen we weten? ( bijv. Welke planeten zijn er? Wat is een ster? …);
Wat willen we doen? ( bijv. Planeten juist namaken, interviewen, een film bekijken, …);
Hoe willen we zijn? ( bijv. Goed samen werken, zorgzaam zijn voor het materiaal, …).

Nu plannen de kinderen samen het verloop van het project. De jongste kinderen doen dat voor de volgende dag of dagen en de oudsten kunnen reeds een langere periode plannen.

Nu kunnen we aan de slag. Vaak wordt er in groepjes gewerkt. De groepjes hebben niet steeds dezelfde opdracht. Elk groepje kan een planeet namaken en eerst de nodige gegevens erover opzoeken. Er kan ook een groepje werken aan een interview met een sterrenkundige, een ander groepje maakt een verslag over de nuttige informatie die we uit de film haalden en een andere groep zoekt uit hoe we ons eindprodukt gaan voorstellen.

Tijdens kringmomenten brengen de groepjes steeds verslag uit aan de hele leefgroep zodat iedereen op de hoogte is van het verloop en/of de gevonden informatie.

Als het eindproduct bereikt is, wordt dit voorgesteld aan de andere kinderen van onze leefschool, de ouders, familie, … . Bij het project over de ruimte kan de leefgroep omgetoverd worden in een raketbasis. De kinderen nemen de bezoekers mee op een ruimtevlucht met een gids. Zo laten ze zien wat ze tijdens dit project geleerd hebben.

Daarna is een project zeker nog niet voorbij. Hierna komt een verwerkingsperiode waarbij de begeleider lessen geeft, die gekoppeld zijn aan het voorbije project. Zo kunnen ze leren hoe dag en nacht ontstaat, de diverse toestanden van water,…

Bij projecten verliezen we de leerinhouden van de leerplannen niet uit het oog : deze worden door de begeleider verweven in het project. In een leefschool bereiken de kinderen identiek dezelfde doelen, maar wel op een andere manier!

Van het project hebben de kinderen een projectbundel waarin de informatie terug te vinden is. Een project wordt afgesloten met een toets en een evaluatie door de ganse leefgroep.