Naast het tekenen om het tekenen gaan jonge kinderen steeds meer een verhaal of gebeurtenis tekenen. Tekenen is immers een vorm van communicatie en ligt (bij ons) aan de basis voor het vermogen om te schrijven. Tijdens het tekenen vertellen de kinderen luidop aan de juf wat ze tekenen. Je praat er
met hen over en als je inschat dat een kleuter belangstelling heeft voor de geschreven taal , vraag je hem : “ Zal ik dat er voor jou bijschrijven? “
Terwijl de juf de zin op een strook papier schrijft spreekt ze ieder woord hardop uit. Als de tekening af is, plakt ze de strook eronder. Bijna altijd zien we dat kleuters dat als een nuttige bijdrage aan hun tekening opvatten. Soms werken we ook andersom : een kind heeft iets verteld en de juf schrijft het op. Daarna maakt de kleuter er een tekening bij. Het ene kind vertelt uitgebreid en het andere is in drie woorden klaar. In overleg met de kleuter wordt er dan afgesproken wat er opgeschreven wordt. Om de koppeling met de geschreven taal duidelijk te maken zegt de juf ook nu weer steeds hardop wat ze schrijft. Bij het laten zien in de groep gaan de kinderen dan vaak voorlezen wat er staat.
Ze weten het meestal heel goed, want het is hun “eigen” tekst. Soms vragen ze de juf of een klasgenootje of die de tekst wil lezen. Tekeningen gaan mee naar huis en als de ouders hardop precies hetzelfde lezen “ontdekken” de kleuters dat geschreven taal tijd en afstand overbrugt.
Hier een voorbeeld van een vrije tekst gemaakt door 3 kleuters (groepswerk) : Yelina, Margaux en Tristan. In de kring hebbenwe deze tekst samen gelezen, herhaald en bepaalde woordjes bewerkt. Zoals : het woordje “mama” onderstrepen, een huisje rond het woordje “huis” tekenen, de paddenstoel in een paddenstoel zetten.Deze activiteit dateert reeds van enkele weken terug. Misschien zijn er wel nog kleuters die weten wat hier geschreven staat. Ons doel hebben we dus niet gemist.
Elke kleuter heeft in de klas ook een eigen “vrije tekstenboek”. Je mag die steeds eens komen inkijken!