In de ontwikkeling van kinderen gaan we uit van het kind als individu en als deelnemer aan onze maatschappij. Wij streven hiertussen een harmonische wisselwerking na : het individu moet in de maatschappij maximale ontplooiingskansen krijgen. Het kind ontwikkelt inzicht en leert zijn sterke en zwakke kanten zien. Daartoe dient iedereen een realistisch zelfbeeld te hebben : weten wat je goed kan en wat je minder goed kan is nodig om zelfvertrouwen te krijgen. Wat je niet goed kan wordt gezien als een leerkans. Kinderen moeten er immers iets uit kunnen leren. Door de sterkere kanten aan te wenden creëren we een positief zelfbeeld bij de kinderen.
Op elke leeftijd worden de kinderen, binnen hun mogelijkheden, gestimuleerd om hun eigen 'leren' in handen te nemen. Door de keuzes die ze tijdens het individuele leren en het groepsgebeuren moeten maken, ontdekken zij hun innerlijk kompas en leren ze er ook op te vertrouwen. Terzelfdertijd leren ze omgaan met de gevolgen van hun gemaakte keuzes. Kinderen mogen ook fouten maken, gezien fouten maken een zinvolle 'leerschool' voor hen betekent. Er dient plaats, tijd en materiaal te zijn om te experimenteren. Door veel te verkennen, te experimenteren, te kiezen, ... groeit tevens de zelfstandigheid.
Werken op een eigen tempo is voor iedereen een winstpunt. Het ene kind gaat zich niet vervelen omdat de leerstof te traag aangeboden wordt. Het heeft minder hulp nodig en kan dus zelfstandiger, sneller en op een hoger niveau werken. Het ander kind hoeft zich niet verlegen te voelen omdat het nu eenmaal wat meer tijd nodig heeft. Het kan ook rekenen op de affectieve en inhoudelijke steun van de leerkracht en van de sterkere leefgroepgenoten om de basisleerstof- en vaardigheden aan te leren . Er dient echter voor iedereen een realistische tijd voorzien te zijn, zodat het leren plannen hierbij onontbeerlijk is.
Creativiteit vinden wij een belangrijk facet van de persoonlijkheid. Creatief omgaan met het onbekende, problemen, alledaagse dingen, ...kan het leven zoveel rijker maken. Een zoekende houding en een probleemoplossend denken dienen bijzonder gewaardeerd. er dient een voldoende aanbod te zijn. Zo ontdekken we ook elkaars creativiteit.
Kinderen komen niet enkel naar school om leerstof te ' leren' maar ook om te leren samen leven. Hierbij spelen solidariteit en verdraagzaamheid een belangrijke rol. Dat betekent dat we respectvol met elkaar omgaan, ons voor elkaar engageren, opkomen voor elkaar, samen leren om tot een goed resultaat voor de hele groep te komen. Goed samenleven gaat echter niet vanzelf, maar moet geleerd worden : 1) regels en afspraken zijn noodzakelijk en dienen correct nageleefd, niet alleen deze die door alle participanten in consensus opgesteld zijn, maar ook de opgelegde regels, genomen door de hiërarchie, bijvoorbeeld vanuit veiligheidsoverwegingen; 2) conflicten en ruzies kunnen niet vermeden worden. In onderlinge (begeleide) dialoog lossen we dit op. Luisteren naar de andere, het standpunt van een ander leren begrijpen, compromissen sluiten, het nadenken over het eigen standpunt en eventueel bijsturen, ... zijn hierbij belangrijke leerprocessen 3) iedereen is uniek ! Dit niet alleen bij jezelf zien, maar ook bij de anderen.
Zo streven we naar een school, ook op het vlak van inrichting, waar iedereen zich "thuis" voelt, zich verantwoordelijk en betrokken voelt voor elkaar.
Wij willen het ideeëngoed van de basisdemocratie in praktijk brengen. Participatie en medezeggenschap leiden tot betrokkenheid en verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van zichzelf en van de groep. Via leerlingenparticipatie wordt aandacht besteed aan het klas- en schoolgebeuren. Deze betrokkenheid heeft niet alleen tot gevolg dat het verantwoordelijkheidsbesef toeneemt maar ze ontwikkelen eveneens een dialoogcultuur waardoor ze tevens een positief zelfbeeld krijgen. Respect, verdraagzaamheid, solidariteit en kritische zin zijn waarden die een voorname plaats innemen. Basisdemocratie betekent ook deelname van de ouders. Dit betekent dat de school zich openstelt voor de inbreng van de ouders. Ouderparticipatie is nodig. Zij vertrouwen immers hun dierbaarste bezit een grote tijd van de dag aan de school toe. Ouderparticipatie is verrijkend voor de kinderen, de leerkrachten, de ouders zelf en de gehele school. Deze ouderinbreng wordt georganiseerd in overleg.
Als leefschool willen we bepaalde waarden meegeven met de kinderen. Rechtvaardigheid, eerlijkheid, respectvol zijn, milieubewust zijn, openstaan voor andere culturen, ... worden vanuit bepaalde ervaringen of op onvoorziene momenten besproken. Daaruit proberen wij deze waarden over te brengen op de kinderen, zodat ze zelf geëngageerd en bewust deze waarden kunnen naleven en verder uitdragen.
Voortdurend besteden wij de nodige aandacht aan de materiële uitbouw van de school. De inrichting van de klassen gebeurt volgens pedagogische uitgangspunten en het interactieve onderwijs dat aan de basis ligt. Omdat de school een plek is waar kinderen en leerkrachten samen leven, gaat in de materiële uitbouw de aandacht ook uit naar gezelligheid en huiselijke warmte. Zo wordt de kloof met thuis verkleind en werkt de klas niet vervreemdend in een steeds veranderend maatschappijbeeld.
Bij het leerproces stelt de leraar zich op als begeleider van het groeiproces. Hij vertaalt de leerplandoelstellingen zoveel als mogelijk in reële situaties om de betrokkenheid en de intrinsieke motivatie te verhogen. Hij hanteert verschillende werkvormen om op verschillende leerstijlen van het kind in te spelen, hij geeft structuur aan leeractiviteiten en projecten.Hij is tevens een vertrouwensfiguur die steeds bereid is om te luisteren en het kind participatief begeleidt naar oplossingen van problemen.